Verdrag met Oekraïne bewijst niemand een dienst

| 07 januari 2016 op 10:45

Door Thierry Baudet en Pepijn van Houwelingen

Zelden hebben we zo’n rancuneus, verbitterd en cynisch opiniestuk gelezen als dat van Boekestijn en De Wijk. Ze kunnen het niet verkroppen dat bijna een half miljoen steunbetuigingen in zes weken (!), een raadgevend referendum op 6 april hebben mogelijk gemaakt.
Ze kunnen het niet aanvaarden dat steeds meer mensen vragen stellen bij de EU en de ongebreidelde wildgroei van haar bevoegdheden. Waar ze toe oproepen is ronduit stuitend – je zou denken dat de inkt ervan gaat blozen: het kabinet moet nu al te kennen geven dat het de uitslag van het referendum niet zal respecteren. Bovendien moet u van hen vooral niet gaan stemmen op 6 april.

Overduidelijk heeft het tweetal echter geen flauw idee waarover het spreekt. In hun stuk beweren Boekestijn en De Wijk zaken die zelfs met de beste wil van de wereld niet consistent te maken zijn. Het associatieakkoord (lees het zelf!) is geen handelsverdrag maar een integratieverdrag. Als het immers een handelsverdrag zou zijn (quod non!), dan zou het inderdaad, zoals de heren zelf ook schrijven, onder de exclusieve competentie van de EU vallen – en dus helemaal niet hoeven te worden goedgekeurd door de afzonderlijke parlementen. Dan zou er dus ook geen referendum over kunnen worden gehouden en zou u ons niet hebben gehoord.

Politiek en militaire samenwerking

Daarnaast is het ook een politiek verdrag. Het ‘staatsblad’ van de EU, de EU Observer, stelt dat Oekraïne met dit verdrag ongeveer 80 procent van de totale EU-wetgeving zal moeten overnemen – meer nog zelfs dan de Balkanlanden die geacht worden in de toekomst lid te worden.
En het gaat niet alleen om EU-wetgeving aangaande interne markt – maar ook om strategische, geopolitieke, interculturele en immigratiezaken. Zo wordt bijvoorbeeld gesproken over een visumvrije ruimte (titel 3, artikel 19). Is dat een verstandig idee, met de huidige immigratieproblematiek? Met een land dat in de wereldtop van wapen-, vrouwen- en orgaanhandel zit, en dat bovendien enthousiaste kunstrovers herbergt?

Ook wordt in het verdrag gesproken over militaire samenwerking (titel 2, artikel 10). Die zal echt niet beperkt blijven tot ‘vredesmissies in Mali’ zoals Boekestijn en De Wijk beweren. Lees de tekst van het verdrag, er staat bijvoorbeeld klip en klaar (titel 2, artikel 10, lid 3): ‘De partijen onderzoeken mogelijke samenwerking op militair of technologisch vlak. Oekraïne en het Europees Defensieagentschap (EDA) onderhouden nauwe contacten over de verbetering van de militaire capaciteit, ook op technologisch vlak’, om maar iets te noemen.

Daarbij creëert het verdrag een zogeheten ‘politiek umfeld’ waarin, zoals de president van Oekraïne keer op keer betoogt, Oekraïne ‘bij de EU’ getrokken wordt. In de relatie met Turkije zien we hoe moeilijk het is om gewekte verwachtingen naderhand bij te stellen.

Natuurlijk zal de nieuwe status van Oekraïne ondertussen extra financiële steun betekenen, die krachtens titel 6, artikel 453, zal worden uitgebreid en geïntensiveerd: ‘Oekraïne komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering.’

Economische meltdown

Inderdaad, Oekraïne is in een totale economische meltdown terechtgekomen. Het land is compleet bankroet met een door het IMF voorspelde inflatie van 46 procent, een economische krimp van 9 procent en niets minder dan een burgeroorlog in het oosten – een deel van het land dat niets voelt voor aansluiting bij Europa omdat het economisch, cultureel, politiek en geostrategisch kiest voor Rusland.
Het verdrag is dus niet alleen slecht voor Nederland en Europa – het is ook slecht voor Oekraïne zelf. Het verdrag drijft een wig in het land – het is een splijtzwam, een bron van conflict.

Waarom hebben onze politieke leiders een dergelijk verdrag in vredesnaam opgesteld en ondertekend? Het is even onbegrijpelijk als de euro en de open grenzen – twee andere geliefde projecten van onze politieke elite.

Gezamenlijk trekken Burgercomité-EU, GeenStijl en Forum voor Democratie aan de bel. Het is tijd dat we onze bestuurders tot de orde roepen. Het is tijd dat het gezond verstand weer leidend wordt. Het is tijd dat er iets verandert. Laat u niet misleiden door mensen zoals Boekestijn en De Wijk die zich druk maken over iets dat er volgens henzelf blijkbaar toch niet toe doet. Lees het verdrag; alleen al de eerste zeventien pagina’s tonen de verregaande consequenties.

En bewijs Nederland, Europa én Oekraïne een grote dienst door dit uiterst onverstandige verdrag op 6 april tegen te houden.